zaterdag & zondag GESLOTEN

maandag tot vrijdag 9.00 - 17.00 uur

bereikbaar

 

Een intelligentieonderzoek

Wanneer je kind anders presteert dan verwacht, of als je de capaciteiten van je kind in kaart wilt brengen kan het zinvol zijn om een intelligentie-onderzoek uit te voeren. Maar wat houdt een intelligentie onderzoek nou eigenlijk in? In het kort kan er gezegd worden dat er tijdens een dergelijk onderzoek de cognitieve capaciteiten worden bepaald. Er worden 13 verschillende taken afgenomen, zowel verbale als perfomale (handelingsgerichte doe-taken). Deze worden afwisselend aangeboden zodat de concentratie optimaal blijft tijdens de afname. Globaal gezegd meten deze taken verschillende soorten vaardigheden. Hieronder volgt er nog meer informatie over het begrip ‘intelligentie’, ‘een IQ-score’, de intelligentietest (WISC-III) en het onderzoeksverslag.

Wat is intelligentie?

Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn namelijk veel definities in omloop. Het heeft onder andere te maken met wat iemand allemaal weet en wat iemand allemaal kan. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar hoe snel iemand iets kan aanleren en hoe problemen geanalyseerd en opgelost worden. Daarbij wordt er gekeken of iemand doelgericht handelt en wat je niveau van logisch nadenken en redeneren is. Intelligentie gaat dus over het begrijpen van de wereld om ons heen, en daarbij het om kunnen gaan met de verschillende situaties in onze omgeving. Er is daarbij een duidelijk verband te vinden tussen intelligentie en schoolprestaties , echter is dit niet de enige voorspeller. Het is een misvatting om te denken dat een hoog IQ ook perse resulteert in goede schoolresultaten. Interesse in de leerstof, motivatie, faalangst en het hanteren van goede leerstrategieën zijn onder andere voorbeelden van factoren die mede van invloed zijn op schoolresultaten. De intelligentietest (de WISC-III) bestaat uit vragen en opdrachten, over zowel aangeleerde kennis als begrip, inzicht en probleemoplossend vermogen. Deze vragen en opdrachten brengen de sterke kanten van het kind in beeld maar laten ook zien met welke vaardigheden het kind wellicht meer moeite heeft. Oftewel er worden verschillende delen van het functioneren in beeld gebracht.

De WISC-III

De WISC-III, derde editie van de Wechsler Intelligence Scales for Children (WISC-III) is de meest gebruikte test om intelligentie te meten. De test kan afgenomen worden bij kinderen met de leeftijd van 6 tot en met 16 jaar. De WISC-III is onderverdeeld in 13 verschillende subtesten die verschillende vaardigheden meten. In het algemeen kan er gezegd worden dat de WISC-III onderverdeeld is in “doe-taken” en “verbale taken”. De doe-taken betreffen handelingsgerichte opdrachten waarbij motoriek, overzicht, ruimtelijk inzicht en goed kijken een rol spelen. De doe-taken worden ook wel performale taken genoemd. Bij de verbale taken gaat het vooral om taal. Bij een aantal onderdelen wordt er niet alleen naar de kwaliteit van de prestatie gekeken maar ook naar de snelheid. Alle subtesten lopen in moeilijkheidsgraad op, daarbij wordt er gekeken tot welk niveau het kind kan komen.

Subtest scores en IQ’s.

Voor elke subtest wordt er een score behaald. Deze score wordt ook wel benoemd als normscore of standaardscore. De score kan variëren van 1 t/m 19. Daarbij geldt: hoe hoger de score hoe beter. Haal je de score 10, dan zit je precies op het gemiddelde (dit betekent dat de meeste kinderen van de leeftijd van het kind een score behalen in de buurt van de 10. De test is bij grote groepen afgenomen en daaruit blijkt dat er een gemiddelde afwijking is van 3 punten (ook wel de standaarddeviatie genoemd). De standaarddeviatie zegt iets over de spreiding van de scores. De betekenissen van de subtest scores zijn als volgt betiteld:

>15 Zeer goed
13-15 Goed
8-12 Gemiddeld
5-7 Zwak
<5 Zeer zwak

In de onderzoeksrapportage kun je ook “IQ-scores” aantreffen. IQ staat voor Intelligentie Quotiënt, en drukt in een getal uit hoe ‘intelligent’ iemand is. De omschrijving van het begrip ‘intelligent’ is in het begin van het artikel terug te vinden. Net als bij de subtesten bestaat er hier ook een gemiddelde. Het precieze gemiddelde van een IQ is 100 met een standaarddeviatie van 15. De meest gebruikte indeling is hieronder terug te vinden:

>130 Zeer begaafd
121-130 Begaafd
111-120 Bovengemiddeld
90-110 Gemiddeld
80-89 Beneden gemiddeld
70-79 Laag begaafd / moeilijk lerend
50-69 Lichte verstandelijke beperking / Zeer moeilijk lerend*
35-49 Matige verstandelijke beperking / Zeer moeilijk lerend*
* De term ‘verstandelijke beperking’ kan zorgen voor een schrikreactie. De testprestatie laat hier zien dat de score duidelijk lager was ten opzichte van leeftijdsgenoten. Of iemand daadwerkelijk verstandelijk beperkt is, hangt af van meerdere factoren zoals zelfredzaamheid / sociaal functioneren. Dit kan dus niet uitsluitend met de WISC-III bepaald worden. Daarom wordt deze score ook liever ‘zeer moeilijk lerend’ genoemd.

Veel gebruikte afkortingen in verslagen

Verder zijn er in een onderzoeksrapportage meerdere afkortingen terug te vinden. Hieronder zijn ze ter verduidelijking uitgeschreven:

TIQ Totaal IQ
VIQ Verbaal IQ (verbale schaal)
PIQ Performaal IQ (performale schaal)
VB- IQ Factor ‘verbaal begrip’
PO-IQ Factor ‘perceptuele organisatie’
VS-IQ Factor ‘ verwerkingssnelheid’

Betrouwbaarheidsintervallen

IQ’s zijn losse getallen die de verwachting scheppen dat het precieze getallen zijn. Dit is echter niet waar, afhankelijk van allerlei omstandigheden kan de score best een paar punten afwijken. Dit wordt ook wel een ‘meetfout’ genoemd, die ieder instrument heeft. Om deze reden worden er in de onderzoeksrapporten zogenoemde ’95% betrouwbaarheidsintervallen’ toegevoegd. Het losse getal kan dan gezien worden als een schatting. Bijvoorbeeld de score 97; met 95% zekerheid mag er dan gezegd worden dat de daadwerkelijke score zich bevindt tussen de 90 en 104 (het betrouwbaarheidsinterval).

Een IQ-score kan niet worden gezien als een ‘schoenmaat’

Soms wordt er teveel waarde gehecht aan een IQ-score. Een IQ van 100 is gemiddeld, maar dat is het meest betrouwbaar als je op alle testonderdelen ook een gemiddelde score behaald hebt. Heb je bijvoorbeeld op bepaalde onderdelen heel hoog of heel laag gescoord, dan is dit belangrijke informatie over de manier waarop jij het beste informatie verwerkt. Belangrijker nog dan die score van 100.

Tenslotte

De behaalde scores krijgen pas betekenis als er ook gekeken wordt naar andere zaken zoals de omstandigheden rondom de testafname, de observaties van het onderzoek (motivatie, concentratie, vermoeidheid enz.), schoolresultaten, emotionele gesteldheid, medicijngebruik enzevoort. De test kan een schatting geven van een niveau van een kind op dat moment. Het uitslag van de test kan een verklaring bieden voor hoe het de laatste periode verlopen is, of als voorspelling gelden voor de toekomst (bijvoorbeeld schoolniveau). De resultaten van een IQ test staan niet voor de rest van je leven vast, deze heeft een geldigheidsduur van 1-2 jaar. Daarnaast kan de score ook ontwikkelen binnen deze tijd als het kind daarvoor gestimuleerd wordt.

Mochten er nog vragen zijn over de intelligentietest, neem dan gerust contact op!

Intelligentieonderzoek met de WISC

 

 

Leave a Reply


OPENINGSTIJDEN

  • Maandag9.00 - 17.00 uur
  • Dinsdag9.00 - 17.00 uur
  • Woensdag9.00 - 17.00 uur
  • Donderdag9.00 - 17.00 uur
  • Vrijdag9.00 - 17.00 uur
  • ZaterdagGesloten
  • ZondagGesloten